Iris door anderen beschreven:
Scroll voor meer tekst naar beneden:

Eindzege voor de liefde

Warme kleuren, speelse vormen. Gevoelens van tevredenheid en vrijheid, van eerlijkheid en eenvoud – dát is Iris Slock op haar best. Waar andere kunstschilders vaak een statement willen afgeven, een protest, een aanklacht of een satire op de werkelijkheid, daar wil Iris de liefdevolle, de warme en de (noem het met een bijna taboewoord:) gezellige kant van het leven uitdrukken.

“Hoe ellendiger de wereld is, des te positiever zet ik mijn ideeën en gevoelens op het doek”, zegt Iris. De kunstenaar die weigert te buigen voor de zwaartekracht van de ellende. Het is een positieve tegendruk; het is de hang naar een balans; het is het aangename bad van de wegdromende poëzie.
Maar zoiets komt niet aanwaaien. Schilderen is hard werken, weet Iris. Ze knokt met het doek, met de verf, met de penselen. Om de baas te worden van het fraaie spel met vormen en lijnen, dat achteraf zo vanzelfsprekend lijkt.  

Ze put inspiratie uit Zuid-Amerikaanse en Afrikaanse muziek, uit de oude culturen van Mexico en Afrika en andere, vaak primitieve samenlevingen. Dat primitieve, dat aardse boeit Iris. “Ik hou van simpele dingen, de eenvoud trekt”.
Je ziet het in haar werk. Altijd zijn er de mensen. Soms mensen in hun tevreden eentje, maar ook (graag zelfs!) mensen met elkaar, met dieren, met dansen. Mensen in vrijheid, waar vissen en vogels prettig gezelschap blijken.
 In weinig lijnen en sobere beelden komen Iris’ mensen tot leven, dansen ze, bewegen ze of kijken ze ons verdroomd aan: ze vertellen hoe warm de wereld kan zijn. Goudeerlijk en in volle eenvoud. Ze hebben het geluk van de mens ontdekt en hebben dat als een kostbare wijsheid in hun hart opgesloten. Ellende en agressie zijn afgeserveerd,  liefde heeft glansrijk gewonnen. 

W. Doesborgh, 2007

-----------------------------------------------------------------------------
Marc & Pablo & dan als weerbericht.   

Cryptisch?

Het antwoord hangt aan de muren. Het zijn de schilderijen van Iris Slock. Nooit van gehoord?

Dat verandert vanaf het moment dat je haar werk hebt gezien; dat laat je niet meer los. Haar figuren lijken in de lucht te hangen en te zweven. Ongeveer zo als Marc Chagall zijn figuren schilderde. Ook het kleurgebruik van Iris herinnert aan Chagalls werk. Soms bespeur ik sporen vanPicasso. Bezie haar "Oceano"eens: haar abstract geschilderde vissen die op een badhanddoek lijken te zonnen terwijl die handdoeken weer golven lijken te zijn. Of haar "Fruitige vis": een nagenoeg kubistische vermenging van kleuren en vlakken waar de kijker vis en fruit wordt voorgeschoteld. Maar daar houdt elke vergelijking met die andere kunstenaars op. Want Iris schildert zoals zij dat kan. Eigenzinnig. Ongecompliceerd. Herkenbaar. Kleurrijk. Zintuiglijk ook. Haar figuren hebben grote ogen die de toeschouwer recht aankijken: Verwonderd en vooral toegankelijk en vriendelijk. Haar figuren proeven echt; daarvan getuigen de duidelijk aanwezige monden. En Iris laat merken dat haar personen een neus hebben om te ruiken. De tastzin is opvallend aanwezig in de lange vingers en de opvallende tenen. Als Iris vertelt over haar werk terwijl ze voor een schilderij staat, ontkom ik niet aan het weerbericht zoals dat onze huiskamers binnen komt via de t.v: ruime armgebaren begeleiden haar uiteenzettingen bij de schilderijen. maar in plaats van overdrijvende buien, zonnige perioden en kans op neerslag, heeft Iris het dan over gelaagdheid, structuur en compositie. Dat moet de toeschouwer helaas missen. Iris Slock woont en werkt in Venlo en je zult haar "weerberichtige"verklaringen dus niet ervaren. Haar schilderijen nodigen de kijker uit om zelf een verhaal te verzinnen bij de afbeelding. De kijker krijgt alle ruimte voor de fantasie, zoals zij zelf ook getuigt van een ruime fantasie die haar bron voor de schilderijen zijn. Iris schildert zoals een dichter dicht. Vanaf de eerste regel pakt ze je en neemt ze je mee door de rest van haar "gedicht". Of niet, want net als bij gedichten, loop je het risico dat je waarneming wordt gedicht. Maar dan blijft altijd nog het plezier van de titel over. Wat dacht je van: "Sommige mensen dromen van succes; terwijl anderen opstaan en er hard aan werken".

Haar werk zwerft via exposities over de wereld, Duitsland, Italië, Frankrijk, Californië. Veel plezier bij de bezichtiging.

Leo van der Hum, 2005.

-----------------------------------------------------------------------------                                                      

“……In duidelijke lijnen en warme tinten - op een geheel eigen wijze - zet Iris  haar figuren op doek, waarbij de verschillende ledematen vaak bijna abstract door elkaar heen lopen, alsof tegelijkertijd verwarring en duidelijkheid wordt geschapen. Het geheel komt daardoor fantasievol, sympathiek en oorspronkelijk over: als verbeelding van creaturen die je in werkelijkheid nooit zult ontmoeten, maar toch niet vreemd overkomen. De beschouwde  of beschouwende mens is voor Iris erg belangrijk; en waar de mens als model wordt gebruikt, wordt die gedeformeerd en door vogels, vissen of andere vrijheidssymbolen omgeven om in haar eigen beeldtaal - door middel van vorm, kleur en inhoud - uiting te geven aan haar liefde en respect voor de mens en zijn omgeving.”


Sabine Keijzer, 1995 De Roosendaaler

------------------------------------------------------------

Deel uit openingspraatje voor mijn eerste solo-expositie in galerie Esprit in Clinge, 1991.

Iris Slock.

Wanneer een kunstenaar nog jong is, enkele maanden geleden pas afstudeerde aan de kunstacademie, dus nog niet zo heel veel kansen gehad KAN hebben om te exposeren, wil men  weten wie die persoon is. Nu dan.

Iris werd geboren te Ossenisse, ik schat ongeveer vijftien kilometer hier vandaan, vanwaar ze echter al vroeg met haar ouders mee verhuisde naar West-Brabant. .........(Hij vertelt dan over opleidingen die ik heb gehad, die heb ik er uitgehaald omdat het anders erg lang zou worden) .......Behalve in de beeldende kunst heeft Iris ook nog een weg gezocht en gevonden in de Afrikaanse danskunst, die als thema regelmatig in haar werk voorkomt. Daarbij wil ze de rituele achtergronden kennen waaraan de autochtone Afrikaanse dansen hun vorm en betekenis ontlenen, neemt aktief deel aan het dansen met  een Afrikaanse groep en werkt ze mee als vormgever van een Afrikaans cultureel tijdschrift dat op de kaft de afbeelding draagt van een schilderij van Iris.

" In de omgang is Iris beweeglijk, lacht graag, houdt van komische situaties, bruist van levenslust, moet altijd mensen om zich heen hebben; maar als ze aan het schilderen is lijkt zij met haar werkstuk op een werkeiland te zitten tussen een gigantische puinhoop: temidden van verf, penselen, paletmessen: tekeningen en schilderijen, die ze geen dag kan missen: maar ook met een grote dosis inspiratie zoals ze hier laat zien.

Het werk: Tijdens haar studie heeft Iris natuurlijk alle technieken van de twee-dimensionele kunst geleerd, beoefend en zich eigen gemaakt en hier op de tentoonstelling kunnen we nu -de meesten van u waarschijnlijk voor de eerste keer- zien HOE ze schildert, tekent.....tekent zonder en met kleur, zodat de grens tussen schilderen en tekenen soms niet scherp te trekken is, maar kunnen we vooral ervaren hoe ze al - tijdens een betrekkelijke korte periode van werken- eerlijke, eigen vormen en ondanks de beperking in het gebruik van kleuren een rijk en gevarieerd palet heeft ontwikkeld, zodat de-laten we het maar noemen " Irisfactuur" duidelijk aanwezig is in elk werk.

In de thema's brengt Iris helder haar visie op de mens over. Hiervoor gebruikt ze, zoals ze het zelf zegt "oerdingen", oervormen en oerkleuren die horen bij de intuïtie van primitieve cultuurvolken waarin zij humor en verlangens, dromen en angsten, het blij zijn met de kleinste dingen des levens en de bezorgdheid voor een gezond natuur, het onbegrijpelijke, mysterieuze en onuitsprekelijke treffend weet te vertolken. Dat daarom de mens in Iris' werk centraal staat is daarmee wel duidelijk gemaakt, denk ik.

 "Iris maakt het zich met haar opvatting over kunst niet gemakkelijk, noch door het gebruik van de grote thema's die zoveel willen duidelijk maken over een puur menselijk bestaan zonder franje, noch door het zoeken naar en ontwikkelen van een sterk persoonlijke en eigen stijl, die ze dwars door eigentijdse kunststromingen heen zich heeft eigen gemaakt. Daarbij vertrekt ze veelal vanuit het model waaromheen en van waaruit ze haar persoonlijke belevingswereld componeert, sprookjesachtig de ene keer, tragisch soms, of hard en scherp kritisch in een volgende. Dat ze daarbij het model deformeert en ondergeschikt maakt aan wat zij wil, lijkt me duidelijk; want kleur, vorm en inhoud moeten leiden tot de expressie in haar eigen beeldtaal". 

Het werk van Iris is boeiend door de persoonlijke, krachtige kwaliteiten en sfeer en stelt iedereen in staat aan de beelden op doek of papier zijn eigen ervaringen te toetsen.

Geen van de tekeningen of schilderijen is een vertelling, veeleer een stuk poëzie dat als een titel zou kunnen meekrijgen: "Kijk maar, er staat niet op het doek wat er staat!"

Ter illustratie van die titel bijvoorbeeld de hier recht tegenover mij hangende knipseltekening van de Afrikaanse vrouw die met de was bezig is en waarop tegen veel wit op de achtergrond de immense tropische natuur niet getekend, maar wel aanwezig is. Of de tekening van Peer op de rug gezien, bij binnenkomst rechts en achterop uw uitnodiging afgedrukt; waarbij het essentiële van de kop is weggelaten, die daardoor wel gekloofd lijkt, de hopeloze situatie van de mens aan de rand van onze rijke samenleving-schrijnend-juist-weergeeft.

Iris, proficiat met dit vele en mooie werk en ik wens je...etc.

Martin van den Hoogenhoff, Kunstrecensent van het Brabants Nieuwsblad, 7 juni 1991